Genealogie Roelofs

Genealogie Roelofs


Toelichting

Naamsverklaring en naamsvermeldingen

Arnoldi

verklaring:

Patroniem afgeleid van de voornaam Arnold, met de Latijnse uitgang -i: (zoon) van Arnold.

Rudolphus

Verklaring:

Tweestammige Germaanse naam uit Rod-, Hrôdh- 'roem' (zie roe(d)-) en -olf 'wolf' (zie -wolf-). De naam betekent dus ongeveer 'roemrijke wolf'.
In Duitsland kreeg de naam vooral populariteit door Rudolf I van Habsburg (1273-1291). Heiligennaam: Rodolfo, bisschop van Gubbio; gestorven
omstreeks 1061; kerkelijke feestdag: 17 oktober. Hoewel de naam vanouds in het gehele taalgebied voorkomt, werd en bleef hij vooral in Saksische
streken populair.

Roelofs

naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• ['Nieuwe boeken', in: Med. CBG 42 (1988), nr 4, p 12].
• "Pas in de 19e eeuw werd de naam Roelofs gebruikt." Daarvoor Zandvoort [C.H. Roelofs-Verbrugge, The life of a Dutch American George Roelofs
(1853-1919) of Zwolle (etc.), Minneapolis 1994; vgl. Genealogie-CBG 2 (1996), nr 1, p 9].
• Roelof(s), Roelofse(n), Rolaff, Rolf(es), Ruijloft: Patr. Germ. VN hrôth-wulf `roem-wolf': Hrodulfus, Roolf (MORLET I). 1118 Rodulfus de Melle (GN); 1268
Mas filius Roelf = 1277 Maes fieus Rolfs, Ieper (BEELE); 1309-10 Hughe Roedolf, Aardenburg (HAES. 159); 1600 Barbele Roelof, Aardenburg
(VAN VOOREN 1973). [WFZ]

varianten en/of samenstellingen:

Benavente Roelofs, Rodolf, Roedelof, Roedolf, Roedolph, Roelefes, Roeleven, Roeleves, Roelfes, Roelfs, Roelfsema, Roelfsing, Roelfsma, Roelfstra,
Roelfszema, Roelof, Roelofes, Roeloff, Roeloffs, Roeloffsen, Roeloffszen, Roeloffzen, Roelofse, Roelofsen, Roelofsma, Roelofsz, Roelofszen, Roelofzen,
Roelvink, Rollfs of Roelofs, Roosien Roelfien, Rolaf, Rolaff, Rolefes, Roleves, Rolf, Rolfe, Rolfers, Rolfes, Rolff, Rolffs, Rolfing, Rolfink, Rolfs, Rollfs of Roelofs,
Rolloff, Rolvers, Rolving, Rolvink, Roolfs, Roolvink, Rudolf, Rudolfs, Rudolfsky, Rudolph, Rudolphi, Rudolphie, Rudolphy, Rudolphus, Ruijlof, Ruijloft, Rulof,
Ruloffs.

Benaming voorouders:

Een kind heeft een vader, een grootvader, een overgrootvader en een betovergrootvader.
Hierna spreekt men van oudvader, oudgrootvader, oudovergrootvader en oudbetovergrootvader, waarna het woord stamvader wordt gebruikt.
De hiervóór gebruikte woorden zijn:
Stamvader, stamgrootvader, stam-overgrootvader, stambetovergrootvader, stamoudvader,
stamoudgrootvader, stamoudovergrootvader en stamoudbetovergrootvader.

In de juiste volgorde worden de volgende voorvoegsels gebruikt:
oud - stam - edel - vóór - aarts - opper - hoog.

Uiteindelijk kom je uit op het totaal van 512 generaties.